KENNIS
Wat betekent "99 procent nauwkeurig"?
Bijna elke aanbieder van transcriptie noemt een percentage. Het staat groot op de startpagina en het is bijna nooit na te rekenen. Dit is wat je moet vragen voordat zo'n cijfer iets betekent.
Een percentage is altijd een vergelijking
Nauwkeurigheid is geen eigenschap van een tekst. Het is de uitkomst van twee teksten naast elkaar leggen en tellen waar ze verschillen. Er moet dus een tweede tekst zijn: een versie van dezelfde opname die iemand met de hand heeft uitgeschreven, woord voor woord, zoals het gezegd is.
Die handmatige versie is duur om te maken. Een uur vergadering kost een mens al snel een paar uur typen. Precies daarom bestaat hij bij veel aanbieders niet, en is het genoemde percentage overgenomen uit de documentatie van de spraakmotor eronder, gemeten op materiaal dat niet op jouw vergadering lijkt.
Vraag dus niet of het cijfer hoog is. Vraag waartegen het gemeten is. Als het antwoord blijft steken op "in onze eigen tests", dan weet je nog niets over jouw opnames.
Acht vragen die het cijfer betekenis geven
- Waartegen is gemeten? Er moet een met de hand uitgeschreven versie van dezelfde opname zijn. Is die er niet, dan is er niets om tegen te tellen en is het cijfer een schatting.
- In welke taal? Een resultaat op Engels zegt weinig over Nederlands, en een resultaat op voorgelezen Nederlands zegt weinig over een gesprek waarin mensen door elkaar heen praten.
- Met hoeveel sprekers? Eén spreker in een stille kamer is een ander probleem dan zes mensen aan een tafel die elkaar onderbreken en elkaars zin afmaken.
- Met wat voor microfoon? Een headset dicht bij de mond geeft een heel ander geluid dan een telefoon die midden op tafel ligt.
- Met hoeveel achtergrondgeluid? Galm in een lege ruimte, een boormachine buiten of een koffieautomaat naast de deur halen meer weg dan de meeste demonstraties laten zien.
- Telt interpunctie mee?Punten, komma's en hoofdletters bepalen of een tekst leesbaar is. Veel metingen halen ze er juist uit voordat er geteld wordt, omdat het cijfer dan hoger uitvalt.
- Tellen namen en vaktermen mee? Dat zijn de woorden waar een herkenner op struikelt, en het zijn de woorden waar het in een verslag om gaat. Ze weglaten uit de telling maakt het cijfer mooier en het verslag niet beter.
En dan de achtste, die de andere zeven overbodig maakt als het antwoord tegenvalt: hoeveel opnames zaten er in de meting? Op één opname kan een cijfer alle kanten op vallen. Dat is een voorbeeld, geen meting.
Wat het woordfoutpercentage wel en niet telt
Het gangbare cijfer in dit vak is het woordfoutpercentage. Het is het aandeel woorden dat vervangen, weggelaten of verzonnen is, vergeleken met de uitgeschreven versie. Drie soorten fout dus. Wie "99 procent nauwkeurig" zegt, bedoelt meestal dat cijfer, andersom opgeschreven.
Het is een bruikbaar cijfer voor wat het meet. Alleen telt het elk woord even zwaar, en zo lees jij een verslag niet. Een verkeerd verstaan stopwoord kost je niets. Deze drie kosten je wel iets:
- Een naam. Een aannemer of een collega die verkeerd staat gespeld, ziet dat meteen. Het is één woord in de telling en het eerste wat de lezer opvalt.
- Een bedrag of een datum. Veertien wordt veertig, de vijfde wordt de vijftiende. Ook één woord, en het verschil waar de hele afspraak om draait.
- Een ontkenning.Valt "niet" of "geen" weg, dan staat er het omgekeerde van wat er gezegd is. In de telling is dat een enkele weggelaten korte term.
Daarom is een hoog percentage geen garantie en een iets lager percentage geen diskwalificatie. Wat telt is welke fouten overblijven en of iemand ze eruit haalt voordat het stuk de deur uit gaat.
Dit stuk beschrijft hoe het in de praktijk werkt en is geen juridisch advies. Wat een verslag bij jou moet kunnen dragen, staat in je eigen contract of reglement, en daarover is je eigen jurist leidend.
Waarom wij zelf geen percentage noemen
Alles hierboven geldt voor elke aanbieder, ook voor ons. Wij noemen geen nauwkeurigheidspercentage, omdat we er nog geen kunnen onderbouwen. De handmatig uitgeschreven versie waartegen je moet meten, hebben wij niet. Zolang die er niet is, zou elk cijfer van ons hetzelfde zijn als het cijfer waar dit stuk voor waarschuwt.
Wat we wel hebben is een meting van 3 augustus 2026, op een echte vergadering van 71 minuten met vier sprekers. Daarin is alleen geteld wat te tellen valt, zonder gespreksinhoud:
| Wat geteld is | Uitkomst |
|---|---|
| Woorden | 11.171 |
| Zinnen | 1.392 |
| Zinnen langer dan veertig woorden | 5 |
| Zinnen zonder eindleesteken | 1 |
| Spreektaalwoorden | 1.002 |
- Spreektaligheid is geen foutpercentage.De teller spreektaalwoorden telt ook gewone Nederlandse woorden als "hoor", "hè" en "toch". Die horen bij spreken, het zijn geen fouten.
- Een woordfoutpercentage volgt hier niet uit. Deze meting telt de vorm van de tekst, niet of er staat wat er gezegd is.
- Geen markering betekent niet dat alles duidelijk was. Op deze opname stond geen regel als slecht verstaanbaar aangemerkt, maar de zekerheidscijfers werden toen nog niet bewaard.
De meting staat met deze kanttekeningen op de vertrouwenspagina, samen met wat wij nog niet hebben. Vraag die opstelling ook aan ons, en aan iedereen die je spreekt. Wie zijn meetopstelling niet kan laten zien, heeft geen cijfer maar een leus.
De volgende stap
Stuur ons één opname die je zonder bezwaar kunt delen, met jouw sprekers, jouw ruimte en jouw vaktermen. Je krijgt binnen vijf werkdagen een compleet verslag terug, zodat je zelf kunt nakijken wat er klopt in plaats van een percentage te geloven. Daar zijn geen kosten aan verbonden.
Vraag een proefverslag aan